De 99- jarige en al evenzo lang lid

Nog een jaar en dan is het zo ver, dan bestaat de L.C.K.C. Pernix 100 jaar. Een gebeurtenis die daadwerkelijk zal plaatsvinden op 11 mei 2021, maar die in dit jubileumjaar zijn schijnsels al vooruit zal werpen. Pernix 100 jaar, een historie die in menige familie of gezin zijn sporen heeft achtergelaten. Menige traditie of relatie is terug te voeren op het oranje/witte fenomeen. Vele Bondsdagen, Hemelvaart en 2e Paasdagen werden korfballend doorgebracht, met je brood en de eieren in een plastic zakkie in je sporttas. Wie kan zich niet meer zijn taak herinneren tijdens het Pernix-Pinkstertoernooi op de Kikkerpolder. In mijn herinnering werd ik altijd opgeroepen de toiletten in de kleedkamers van UVS weer operationeel te maken. Zo kan ik wel doorgaan maar dat bewaar ik liever voor volgende edities.

Waar ik jullie nu verslag van wil doen is mijn zoektocht naar en het verhaal van het langstlevende Pernixlid. Geboren op 12 mei 1921 en door zijn ouders, uit dankbaarheid voor het goed aflopen van een zware bevalling en dientengevolge afwezigheid tijdens de oprichtingsvergadering van de L.C.K.C., de vorige avond, als buitengewoon lid van Pernix aangemeld. Grasduinend in oude notulen en ander archiefmateriaal ben ik langzaam achter dit feit gekomen. Een waar heldenepos kwam uit de oude stukken naar boven. Was dit slechts een anekdote of nog realiteit?

De ‘eeuweling’ was vooralsnog spoorloos.
Direct na het 75-jarig jubileum ben ik aan de slag gegaan. Ben in de boeken gedoken, avonden lezen, puzzelen en pluizen leverden weinig tot niets op. Totdat ik een oud kistje met een voorzittershamer erin vond. In het groene vilt weggestoken zat een briefje met daarop een adres van een verzorgingstehuis met een naam van een toen 75-jarig lid inclusief een spelerskaart en vergeelde foto. Dit moest de nu bijna 100-jarige zijn. Het verzorgingstehuis bestond niet meer, maar was vervangen door een multifunctioneel medisch centrum op datzelfde adres. Ik trok de stoute schoenen aan.

Het was een mooie lentedag toen ik mij meldde bij de receptie. Ik had van tevoren nog geïnformeerd naar de vitaliteit van de eeuwige en überhaupt of hij nog wel in leven was. Nou daar was niks mis mee, werd mij verzekerd. De receptioniste wees mij de weg naar de derde verdieping alwaar de driekamerappartementen zich bevonden. Soepeltjes nam ik de trap. Ik was per slot van rekening nog een jonge vent. Op de gaanderij van de derde verdieping aangekomen liep de spanning toch wel een beetje op. Hoe zou een bijna 100-jarige de deur opendoen? Waarschijnlijk een druk op een knopje en een zoemertje gevolgd door een stem uit een luidsprekertje: ‘komt u maar verder, u wordt verwacht’.

Echter…….
Ineens zwaaide de deur open en een in een strak oranje/zwart trainingspak geklede blozende grijsaard keek mij afgetraind aan. ‘Ja, Ja, hier heb ik al 25 jaar op gewacht. Eindelijk gaat het gebeuren. Kom verder.’ Overrompeld door deze energieke entree liep ik de gang door naar de zitkamer, waar ik met mijn mond open van verbazing bleef staan…‘Mag ik je voorstellen aan mijn vader; jullie oudste lid. Ik ben zijn zoon!’ Voor mij sprong een in authentieke Pernixkledij gehulde grijze Viking op uit zijn stoel en gaf me een hand. Zo knaap eindelijk heb je ons gevonden. Ga zitten. Laten we beginnen. Prettige wedstrijd’, zei hij, en blies op een fluit. Verbouwereerd echode ik hem na.

Dit was hem dus. Naar hem had ik 25 jaar gezocht. De man die op een dag na even oud was als mijn club. Nadat we onze plaats weer hadden ingenomen viel me op dat de kleuren overwegend oranje en wit waren met overheersende zwarte plinten. Ik dankte hem op voorhand al voor de hartelijke ontvangst en probeerde hem met wat voor de hand liggende vragen uit de tent te lokken.

Korfbal is mij letterlijk met de paplepel in gegoten.
‘Van jongs af aan maakt het een wezenlijk deel uit van mijn bestaan. Het houdt me jong fit en gezond.’ 

Terwijl hij langzaam op zijn praatstoel kwam te zitten, keek ik schalks het appartement rond. Foto’s uit vervlogen tijden sierden de muren. Naast een collage van oude Pernix Omroep-omslagen, hing een foto van een Pernix 1 team in een Jan Plezier op weg naar een toernooi bij VEO. Een schilderij van de Vaan van de V.O.P.S. serie (VEO, ODI, Pernix en Snel) uit de ‘early fifties’. Twaalftal foto’s en bekers. Zijn zoon serveerde thee uit een grote beker gewonnen op de Bondsdag van de CKB te Utrecht in 1954 en wij dronken die thee uit kleinere exemplaren veroverd tijdens kleinere toernooien. Hoe houdt u het allemaal vol op deze manier. Trainen, trainen, niets dan trainen!!!

Kijk’ en hij stond op en liep naar de gang. Op de vloer lag een tapijt van kunstgras en boven de voordeur hing nog een originele korf. Zijn zoon posteerde zich in de deuropening van de keuken met een bal. Terwijl ik me achter de 99-jarige opstelde, zette hij vanuit de kamer aan voor een lopertje. De bal werd keurig vanuit de keuken op het juiste moment aangegeven en behendig door de bejaarde hoog reikend naar de mand door de korf gegooid. Ik bleef met open mond naar hem staan kijken. Zelf de bal afvangend stelde hij zich bij een witte stip op en nam en passant nog vijf strafworpen, daarna het hele spel zich herhaalde met de vader als aangever en de zoon als loper en strafworpnemer. ‘Wat was nou de moeilijkste periode in de afgelopen eeuw?’ ‘Nou dat zal ik je zeggen: dat was de oorlog.’

We zaten in teamverband in het verzet
‘De aanvoerders zaten met het materiaal ondergedoken in die periode. Pernix distantieerde zich van elke samenwerking met de bezetter. De PO werd illegaal verspreid. De oranje kleur deed je hart gloeien als hij door de bus viel. Op school droeg je het liefst een blauwe trui met een Pernixshirt eronder, vanwege de oranjekraag. Kortom we waren durfals en voor geen kleintje vervaard.’
‘Moeilijk was ook het verdwijnen van het middenvak. Nooit meer van A naar B en van B naar C (voor insiders). Bij ons is de slaapkamer A, de keuken B en de zitkamer C…’ Uren ging dit zo door. Ik werd er bekaf van.

Een echte paaldame
‘U bent vast getrouwd geweest’ vroeg ik op zijn zoon wijzend. ‘Korfbalde uw vrouw ook?’ ‘Jazeker en hoe.’ Het was een prachtige dame die alle kneepjes van het korfbal beheerste. Een dame waar je als heer wat aan had. Lang, slank, een geweldige steun en aangeefster. Kortom een echte paaldame. ‘Kijk hier staat ze.’ Hij haalde een foto tevoorschijn en toonde me de sepiakleurige afbeelding. Olijk door een mand kijkend keek ze in de lens voor de kiek. Dit was het prototype van de paaldame.

Het werd stil in de kamer. Ik keek vanaf de foto op. Tegenover mij zat de 99-jarige. Ogen dicht. Het was te vermoeiend voor hem geworden. Stilletjes sloop ik het appartement uit. In een zijkamertje speelde zijn zoon met zijn mecanodoos. Het bewijs illustrerend dat korfbal je jong houdt. Ik verliet het zorgcentrum en liep in gedachten langs de plek waar erevoorzitter, de enige, Cees van der Kraan had gewoond. Liep vervolgens langs een voormalige Pernixlocatie aan de Zoeterwoudsesingel.

De wereld door een oranje witte bril
Mijn bezoek aan de 99-jarige had veel in me losgemaakt. In overpeinzing en vol bewondering sloeg ik de Fruinlaan in. Wat een topper was die man. Fit tot in zijn haarvaten bezag hij de wereld door een oranje witte bril. De Burggravenlaan overstekend, met links een naar huidige begrippen, maar toen ook al te klein veld tussen de Burggravenlaan en de Verdamstraat, liep ik de Roomburgerlaan in. Vroeger was hier de Roodenburgerpolder waar het eerste korfbalveld van Pernix had gelegen. Vlakbij de spoorlijn. Hier had hij zijn eerste ballen in een rieten mand geschoten.
Zonder dat ik er erg in had gehad, liep ik door een brok Pernixgeschiedenis. Eigenlijk moest ik de 99-jarige net als Pernix een feestelijk 100e levensjaar gaan bezorgen. Een jaar dat op 12 mei 2021 zou worden afgesloten met een taart met daarop het oude logo/embleem van Pernix. Op de Burggravenlaan stapte ik op de bus. Het wordt vast een gigantisch feest!

Wout Pera
(inspiratie: G. Bomans)

WELKOM BIJ PERNIX